MENU

Gepersonaliseerd leren onder de loep

13 september 2018

Enkele docenten en een afdelingsleider van Helen Parkhurst hebben deelgenomen aan een onderzoek naar gepersonaliseerd leren. Paula van Kempen, docent Frans op Helen Parkhurst, zat in de onderzoeksgroep.

Helen Parkhurst nam samen met het Lumion en Metis Montessori Lyceum uit Amsterdam het voortouw in een onderzoek naar de ontwikkelingen op het gebied van gepersonaliseerd leren in hun netwerk Person@lize. Het onderzoek werd in samenwerking met de Vrije Universiteit uitgevoerd en bestond uit twee fasen: het afnemen van een vragenlijst onder docenten en schoolleiders en een panelgesprek.

Gepersonaliseerd leren is volgens velen de toekomst voor het onderwijs. Scholen die gepersonaliseerd leren willen aanbieden, denken vanuit leerdoelen, in plaats vanuit leermiddelen. De groeiende mogelijkheden met digitale leermiddelen maken dit mogelijk. Als leerlingen een persoonlijk leerpad volgen, is de structuur van de methode niet meer leidend. Om toch grip te houden op het leerproces moeten leraren op zoek naar een nieuwe structuur. Daarbij kijken zij eerst naar wat leerlingen moeten leren, en zoeken dan leermiddelen die daarbij passen. Er is daarbij meer mogelijkheid om het leren in eigen tempo en op eigen niveau in te richten.

Het doel van het onderzoek van de drie genoemde scholen was om inzicht te krijgen in de beeldvorming en verwachtingen rondom de invoering van gepersonaliseerd leren. Er werd een vergelijking gemaakt tussen een panel van schoolleiders en een panel van docenten. Beide panels kregen de opdracht om aan de hand van een vragenlijst een compleet nieuwe school in te richten.

Vervolgens werden beide panels bij elkaar gebracht voor een gesprek. Het bleek dat schoolleiders en docenten op bijna hetzelfde ontwerp waren uitgekomen voor de fictieve school.

Beide groepen zien verhoging van intrinsieke motivatie bij leerlingen en minder schooluitval als voornaamste opbrengsten van gepersonaliseerd leren. De leerling- en oudertevredenheid zou erdoor omhoog moeten gaan. Ook zou het leiden tot hogere tevredenheid bij docenten. Bovendien zou de planningsvaardigheid van leerlingen beter worden en dat draagt dan weer bij aan het succes in een vervolgopleiding.

Bij gepersonaliseerd leren zouden de leerlingen hun leerdoelen moeten kunnen bereiken op een variabel niveau en snelheid. Het docentenpanel zette in op vrijheid voor de leerling op de weg naar de leerdoelen. De schoolleiders zagen meer in een soort maatwerkdiploma waar leerlingen vakken op verschillende niveaus kunnen volgen en afsluiten.

De kracht van de uitkomst van dit onderzoek is dat blijkt dat docenten en schoolleiding van verschillende scholen het vaak eens zijn. De scholen zitten dus op het goede spoor. Het panelonderzoek heeft zo geholpen om richting te geven aan het vervolgtraject naar gepersonaliseerd leren. Bovendien is een grotere groep docenten en leidinggevenden betrokken geraakt en het is een goede manier om kennis uit te wisselen. Paula: “Onderzoek doen is een van de methoden om dit voor elkaar te krijgen. In dit samenwerkingsverband is het vooral leuk te kijken wat en hoe andere scholen het doen, om zelf weer ideeën op te doen voor de eigen school.”

Het netwerk Person@lize gaat samen met de VU verder met het onderzoeken van de praktische implementatie en de werkzaamheid van gepersonaliseerd leren. Dit is volgens beide organisaties van grote waarde omdat dit een concrete en wetenschappelijk basis geeft voor de invoering van (vormen van) gepersonaliseerd leren.

Meer informatie is te vinden op: www.leerling2020.nl

 

« ga terug