Schoolgebouw

Helen Parkhurst is in 1998 op Bongerdstraat 1 van start gegaan als nevenvestiging van O.S.G. Echnaton. In eerste instantie werd de havo- en vwo-afdeling van Echnaton er gehuisvest, bestaande uit 150 eersteklassers. Omdat we eerst nog te ruim in ons jasje zaten, is de eerste jaren ook onderdak geboden aan een aantal klassen van basisschool ’t Zonnewiel.

Het gebouw is ontworpen door architect Jaap Nieskens van SP architecten bv BNA. Hij heeft er alles aan gedaan om een markant gebouw neer te zetten dat nog steeds als ‘landmark’ is opgenomen in de jaarlijkse Architectuurroute van Almere. Bijzondere dank gaat uit naar het ontwerpteam van Echnaton, met bouwcoördinator Leo den Breejen, die in overleg met de architect een ‘programma van eisen’ samenstelde waarin traditioneel vernieuwingsonderwijs volgens daltonprincipes vorm kon krijgen. Uiteindelijk werkte bouwbedrijf Sikking/Boers aan de realisatie tot aan oplevering in 1998.

Enerzijds kent het gebouw de faciliteiten die alleen een grote school kan bieden: een aula met toneel, vaklokalen voor natuurwetenschappelijke en beeldende vakken en zes sportzalen bijvoorbeeld. Anderzijds biedt het gebouw de geborgenheid die je alleen maar vindt in een kleinschalige organisatie: het gebouw is opgedeeld in een viertal leshuizen. Het gebouw werkt daardoor zelfstandig leren in de hand, passend bij de onderwijsvisie. De indeling biedt de mogelijkheid om les te geven aan grote groepen, maar ook begeleiding  te geven aan kleine groepjes en/of individueel.

Omdat de school gesitueerd is langs de spoorlijn, is er voor gekozen om de gymzalen te laten fungeren als geluidsbuffer naar het spoor. De school is ontwikkeld als een gekromd lint van kleinschalige units waarbinnen een grote interne flexibiliteit mogelijk is. Vier units, met de maat van een gemiddelde basisschool, zorgen voor herkenbare menselijke maat in dit complex.  De units worden aangeduid met de letters A, C, D en E en huisvesten ieder een afdeling met eigen leidinggevenden, een administratie en kluisjes voor leerlingen. De algemene voorzieningen zijn te vinden in de zogenaamde ‘taartpunten’, de schuine delen van het gebouw die naar buiten uitsteken.

 Iedere unit bestaat uit drie lagen: begane grond, eerste en tweede verdieping, verbonden via een trappenhuis met ronde ramen. Een afdeling bestaat uit vaklokalen, meestal aan de centrumkant, en een leshuis, een groep lokalen rond een binnenruimte, aan de Parkwijkkant. De leshuizen en de vaklokalen komen uit op een binnenstraat, die recht door de hele school loopt. Aan de kleur van de strepen op de muur op deze binnenstraat kun je zien in welke afdeling je je bevindt. A is zwart C is bruin, D is geel, E is rood. B heeft ook een derde etage. In B zijn de aula, mediatheek en medewerkers- en computerruimten ondergebracht.

Het gebouw kent een formele voorzijde richting stad en een informele zonnige achterzijde voor de gebruikers. Het schoolplein is geen binnenplaats, maar een open,  op de samenleving gerichte ruimte. Er is ook bewust voor gekozen om geen overdekte fietsenstalling te bouwen. Zo staan de fietsen in het zicht, hetgeen de veiligheid garandeert.  Aan de kant van de stad wordt het gebouw geflankeerd door een grote schooltuin, waar het prettig toeven is tijdens pauzes, maar waar ook praktijklessen plaatsvinden in de natuurwetenschappelijke vakken.

Inmiddels wordt het gebouw bevolkt door meer dan 1600 leerlingen (verdeeld over vier afdelingen). Ook zag in 2002 nevenvestiging Villa Parkhurst het licht. Deze nevenvestiging biedt nog eens ruimte aan circa 400 leerlingen. Villa Parkhurst ligt op tien minuten loopafstand van het hoofdgebouw aan de Odeonstraat 2002 nabij de Paviljoens. De buitenlessen bewegingsonderwijs worden overigens gegeven op het Fanny Blankers Koenpark dat per fiets in ongeveer tien minuten te bereiken is.